Unité 8. Des ou de?

http://www.sintdenijs.be

Schrijf op waar het bijvoeglijk naamwoord staat! (voor - na)
Ce sont grands magasins. (Het bijvoeglijk naamwoord staat het zelfstandig naamwoord.)
Ce sont femmes fortes. (Het bijvoeglijk naamwoord staat het zelfstandig naamwoord.)
Ce sont élèves difficiles. (Het bijvoeglijk naamwoord staat het zelfstandig naamwoord.)
Ce sont nouvelles BD. (Het bijvoeglijk naamwoord staat het zelfstandig naamwoord.)
Ce sont vieux livres. (Het bijvoeglijk naamwoord staat het zelfstandig naamwoord.)
Ce sont grandes classes. (Het bijvoeglijk naamwoord staat het zelfstandig naamwoord.)
Ce sont hommes géniaux. (Het bijvoeglijk naamwoord staat het zelfstandig naamwoord.)
Ce sont petits enfants. (Het bijvoeglijk naamwoord staat het zelfstandig naamwoord.)
Ce sont hommes forts. (Het bijvoeglijk naamwoord staat het zelfstandig naamwoord.)
Ce sont filles formidables. (Het bijvoeglijk naamwoord staat het zelfstandig naamwoord.)