Schrijf het bijvoeglijk naamwoord opnieuw.
Het was een stille vrijdagochtend. Ik keek naar buiten en zag een sneeuwwitte wereld. Nog steeds dwarrelden fijne vlokjes naar beneden. De radio meldde overal files in het drukke ochtendverkeer. Op de spekgladde wegen gebeurden ongevallen. De volgeladen vrachtwagens geraakten de bruggen niet op. Onze tuin was echter omgetoverd tot een sprookjesachtig landschap. Een hongerig roodborstje zocht naar voedsel. Op het spiegelgladde terras probeerde onze kater enkele evenwichtsoefeningen. De kinderen beleefden dolle sneeuwpret.