Invuloefening.
1. Een gebroken been is [?].2. Wat doe je [?]!3. Ik kan mijn boek niet vinden. Het ligt [?] nog thuis.4. In die les zitten veel [?].5. Heb je dat [?] in de krant al gelezen?6. Iemand die in de gevangenis zit is zijn [?] kwijt.7. De [?] in die fabriek moeten hard werken.8. Ik heb nog geen [?] gehad om met jou kennis te maken.9. Wat een [?] huis. Ik heb nog nooit zoiets gezien.10. [?] is mijn zus best lief!11. Op die [?] was veel volk.12. De weerman verwacht beter weer. Hij sprak over een [?] van de temperatuur.13. Sadam Hoessein is een [?] man.14. Als iets heel belangrijk is voor iemand zegt men ook wel: dat is .15. Voor de toets ben ik altijd heel [?].