Spelling. Thema 10. De noemvorm en de stam van de pv.

http://www.sintdenijs.be

Vul de noemvorm en de stam van de persoonsvorm in.

Piet slaapt. noemvorm: stam:
De boer melkt de koeien.noemvorm: stam:
Ik antwoord op die vraag. noemvorm: stam:
Hij maait het gras. noemvorm: stam:
We reizen naar Turkije. noemvorm: stam:
De taart smaakt lekker. noemvorm: stam:
De boot zinkt. noemvorm: stam:
De vogel zweeft. noemvorm: stam:
Hij redt een drenkeling. noemvorm: stam:
Wij zitten op de grond. noemvorm: stam:
Het huis brandt. noemvorm: stam:
Jan dweilt de vloer. noemvorm: stam:
Ik groei nog veel. noemvorm: stam: