Kies uit: g - ch - cht - gt. Schrijf daarna het woord nog eens helemaal op.
Het geru doet de ronde dat hij zijn baas bedrie.Het doet de ronde dat hij zijn baas .Het publiek jui na de praige prestatie van de gooelaar.Het publiek na de prachtige prestatie van de .Ik vraa vergiffenis in mijn bie.Ik vergiffenis in mijn .De jaer legt zijn jageweer op de grond.De legt zijn op de grond.Ik droo mijn tranen van het laen.Ik mijn tranen van het .Waarom le je de lat to zo hoog?Waarom je de lat zo hoog?De boer ploe zijn akker.De boer zijn akker.